nieuws, eBooks en links

22-02-2012

Mensen en honden, roedelgedrag

Mensen en honden, roedelgedrag

In dit boekje wil ik proberen duidelijk te maken hoe het hedendaagse roedelgedrag in elkaar steekt en hoe we het, als menselijk deel van de roedel, zo goed mogelijk kunnen laten werken.
Zodat hond én mens samen kunnen leven zonder problemen.

Ik sta er vaak van te kijken wat een hond allemaal voor onbegrijpelijks (vanuit zijn hondenaard) moet ondergaan en hoe vaak de hond heroïsch overeind blijft!
Hoe hij zich aanpast of probeert aan te passen aan menselijke nukken en grillen die voor hem totaal onduidelijk zijn.
Dit duidt enerzijds op zijn afhankelijkheid van de roedel en anderzijds op zijn flexibiliteit en leervermogen!


 

Wat is een roedel

 

Een roedel is niet meer en niet minder dan een georganiseerde vorm van samenleven.

De naam roedel wordt vooral gebruikt voor hondachtigen, in ieder geval voor diergroepen die strenghiërarchisch geregeld zijn. Wolven en jakhalzen leven in een roedel, Dingo’s, de Australische wilde honden, ook. Alle groepen die samenleven en samen op jacht moeten om aan voldoende eten te komen en dus te overleven.

 

Hoe kan een roedel ontstaan:

Bijvoorbeeld, een koppel wolven krijgt een nest. De vader moet iedere dag op jacht om de wolvin van eten te voorzien zodat ze genoeg melk heeft voor de pups. Omdat de vader alleen is zal hij genoegen moeten nemen met klein wild dat hij in zijn eentje kan vangen.

Als de pups ouder worden en naast moedermelk ook ander voer nodig hebben, krijgt hij hulp van de wolvin die niet meer de hele dag bij de pups hoeft te zijn. Met z’n tweeën kunnen ze meer en eventueel grotere prooidieren te pakken krijgen.

De pups die achterblijven, zullen het veilige nest niet verlaten. Deels instinctief maar ook de ouders hebben het ze duidelijk gemaakt.

Na een paar maanden komen de pups op de leeftijd dat ze moeten gaan leren hoe het jagen in de praktijk gaat. Ze krijgen les, er wordt voorgedaan hoe ze moeten reageren, ze worden gecorrigeerd als ze niet opletten of zich niet aan de al geleerde regels houden.

Naarmate ze ouder worden en dus meer weten, wordt de hiërarchie strenger gehandhaafd.

Daarnaast wordt gespeeld, want ook spelen is ‘oefenen voor later’, en de onderlinge band wordt er door versterkt.

Zo ontstaat een groep dieren die volkomen van elkaar op aan kan en in staat is, door perfecte samenwerking, genoeg prooidieren te vangen om de groep in leven te houden en voor verder nageslacht te zorgen.

 

Groot of klein, de roedel moet georganiseerd zijn!

De leden moeten te eten hebben en als ieder voor zich zou proberen wat te vangen is het niet mogelijk een grotere prooi te bemachtigen. Sommige dieren zullen handiger zijn dan anderen, sneller, moediger of meer ervaring hebben. Zij zullen te eten hebben en minder getalenteerde broeders of de dieren die nog te jong zijn om het allemaal te weten en te kunnen, niet.

Dus als ieder dier in de roedel heel precies weet wat hij moet doen of laten om optimaal succes te hebben tijdens de jacht, heeft iedereen te eten. Daarnaast garandeert de roedel veiligheid, sociaal contact en voortplanting.

 

De roedel is hiërarchisch opgebouwd.

Er zijn meestal twee alfa dieren, een reu met aan zijn zijde de alfa teef (of omgekeerd). Ze hebben ervaring en overwicht, ze zorgen dat er op ze gelet wordt en met hun gedrag maken ze duidelijk wat er moet gebeuren.

 

Van hoog tot laag weet iedereen zijn plaats en omdat ieder lid afhankelijk is van de groep om te overleven, is de sociale controle van hoog tot laag aanwezig.

Ervaren dieren staan hoog in de rangorde, de jonge, onervaren dieren en dieren die zich later aansluiten bij de roedel, lager.

Wolven die zich aansluiten bij een bestaande roedel zijn enkelingen, die alléén weinig kans maken te overleven als de omstandigheden minder gunstig zijn.

 

Roedelleden die lager op de hiërarchische ladder staan en er het karakter voor hebben, zullen proberen hogerop te komen. Dit heeft het nodige geharrewar tot gevolg. Geen hond of wolf staat zomaar zijn plaats af om lager in de rangorde terecht te komen.

Als het onderlinge geruzie de stabiliteit van de roedelorde dreigt te verstoren zal de alfareu of -teef ingrijpen om de rust herstellen.

 

Een bekende houding van overgave, als een dier een trapje lager wordt gedwongen of als de leiders ingrijpen, is het aanbieden van de onbeschermde hals (waar vlak onder de huid een grote slagader loopt) of de keel.

Iedere hondeneigenaar kent dit gebaar ook. Maar wat betekent het.

In onderlinge roedelgevechten wil de aanvaller bijten en om hem dat te beletten (gewonde of gedode dieren verzwakken de roedel) biedt de aangevallene in een deemoedige houding de hals of keel aan. Er ontstaat daarop een ogenblikkelijke blokkade bij de aanvaller: hij wil wel bijten, maar hij kan niet!

Prachtig geregeld: een beet in de keel of hals is snel dodelijk! Om niet doodgebeten te worden, biedt de onderworpene zijn keel of hals aan!

 

Ook bij huishonden is dit regelmatig te zien. Tijdens vechtpartijtjes is er altijd een moment waarop een gebaar van overgave te zien is. Een goed opgevoede hond die aan de winnende hand is, zal daarop ophouden met vechten.

Maar de winnaar is gestegen in de rangorde en zal proberen door te gaan tot hij aan de top staat.

Daarom is het zo heel erg belangrijk dat boven de huishond ook nog een baas/roedelleider staat! Het leed is anders niet te overzien.

Bedenk wat er gebeurt als zo’n hond groot cq sterk is!

 

Ook mensen onderling hebben een hoop van deze aanvalblokkerende houdingen. Denk aan buigen, knielen, je kleiner maken, wegkijken, enz.. Ook het ‘de andere wang toekeren’ is niet om nogmaals geslagen te worden maar om het te voorkomen...!    

 

Wetenschappers hebben vastgesteld dat onze huishonden afstammen van de wolven.

De oorspronkelijke noodzaak van een goedgeregelde roedel is in onze honden dan ook nog gewoon aanwezig!

Naast vele technieken om de hond tot een goedluisterende huisgenoot te maken is de roedelorde en het handhaven daarvan het allerbelangrijkst!

 

 

naar boven